Dr. Geert Vandendriessche, Prothesechirurgie

Knieprothese

De ontwikkeling van de knieprothesechirurgie heeft de levenskwaliteit van veel mensen verbeterd.

Je verwacht dat je na het plaatsen van uw knieprothese vrijwel hetzelfde leven zult kunnen leiden als vóór de ingreep maar dan zonder pijn: in vele (maar niet alle) opzichten heb je gelijk.

Er zijn inderdaad beperkingen. Je dient te beseffen dat een knieprothese je nooit een normale knie terug geeft: de bouw en werking van dit gewricht zijn te ingewikkeld en kunnen tot heden door een gewrichtsprothese dat een kunstmatig en mechanisch systeem blijft niet (volledig) geëvenaard worden.

Hoewel je veel activiteiten zult kunnen hernemen zonder pijn moet je toch vermijden je geopereerde knie te veel te belasten. Actief bewegen is ten zeerste aangewezen doch overbelasting zal onvermijdelijk een sneller slijtage geven (zoals trouwens ook voor een normaal biologisch gewricht het geval is).

De revalidatie laat je toe zich aan te passen aan de aanwezigheid van een kunstgewricht en vele activiteiten zonder problemen te hervatten. De revalidatie omhelst inderdaad niet alleen oefentherapie doch ook het geven van gedragregels over het leven met een knieprothese (wat je mag doen en wat je best niet doet zo je een knieprothese hebt).

Hieronder worden enkel algemene richtlijnen vermeld voor de patiënt waarbij een knieprothese werd geplaatst; er zijn ook richtlijnen die afhangen van geval tot geval: deze dienen besproken te worden tijdens de raadpleging.

De meest gestelde vragen na het plaatsen van een knieprothese

Mag ik mijn geopereerde knie vrij bewegen?

Uiteraard mag (en moet) je zoveel mogelijk je geopereerde knie bewegen. Er is geen beperking op bewegingen in je heup (in tegenstelling tot de toegelaten bewegingen in de heup na het plaatsen van een totale heupprothese).

Op de knie zitten is tegenaangewezen in de eerste drie maanden; nadien mag het maar kan het steeds wat onaangenaam blijven.

Hoe lang blijft mijn been dik?

Na de operatie zijn de knie en vaak ook het onderbeen gezwollen. De zwelling vermindert geleidelijk in de eerste maanden na de ingreep zeker als je goed blijft oefenen. De zwelling is doorgaans s’ avonds het meest uitgesproken en vermindert als je regelmatig het been omhoog legt, overdag op een stoeltje of
‘s nachts in bed op een kussen (zie ook: Wat moet ik in acht nemen in de overgangsperiode d.w.z. in de eerste maanden na het plaatsen van mijn knieprothese?).

Hoe lang zal mijn knie pijnlijk blijven?

In de eerste periode na de operatie is er nog pijn in de operatiewonde en spierpijn doch dit vermindert geleidelijk aan: toch kan dit nog gevoeld worden tot soms zes maanden na de ingreep. Startpijn (pijn bij de eerste stappen) kan een poosje aanhouden. Sommigen voelen een doffe pijn na lange wandelingen tot ongeveer een jaar na de operatie.

Hoe vaak moet ik oefenen?

Twee- tot driemaal per dag een 20-tal minuten oefenen is een minimum. Kan je meer aan doe het dan doch overdrijf niet.

Hoe verzorg ik mijn wonde?

De wonde moet schoon en droog blijven. De huid rondom de hechtingen kan er wat rood of geïrriteerd uit zien. Dit zal langzaam verdwijnen eens de hechtingen verwijderd zijn. Twijfel je: raadpleeg dan je huisarts.

Eens de hechtingen verwijderd zijn kan je de wonde gewoon wassen (best van boven naar beneden in plaats van links naar rechts).

Wanneer mag ik weer op mijn zij slapen?

Je mag op je zij en op je rug slapen en dit meteen na de ingreep zo de pijn het toelaat.

Plaats in rugligging een kussen onder het geopereerde been (niet onder de knie maar onder de kuit) zodat je enkel hoger ligt (dit is gunstig tegen de zwelling en strekt de knie).

In zijligging kan je eventueel een kussen tussen de knieën plaatsen.

Wat voor schoenen kan ik het beste aantrekken?

Gesloten schoenen — zonder veters — met een brede hak zijn het best.

Hoge hakken en slippers draag je de eerste drie maanden beter niet.

Wanneer mag ik weer fietsen?

Fietsen kan na 6 weken als je voldoende controle hebt over het geopereerde been, als je voldoende kunnen plooien (90° is een minimum) en mits gebruik van een fiets met een lage instap (type damesfiets); begin met korte afstanden en mijdt in het begin druk (stads)verkeer. (zie ook > Hernemen van sportactiviteiten met een nieuwe knie).

Wanneer mag ik weer autorijden?

Wanneer je terug met de wagen kunt rijden dient individueel bepaald te worden: het hangt af van de snelheid waarmede je de beweeglijkheid en de spierkracht van de geopereerde knie terugwint alsmede van de geopereerde kant en het soort wagen waarover je beschikt. Zo je aan de linker kant bent geopereerd en je over een automatische wagen beschikt kan dit eventueel reeds na 2 weken mogelijk zijn; bij een operatie aan de rechter zijde duurt dit vaak 4 tot 6 weken.

Zie ook: Wat moet ik in acht nemen in de overgangsperiode d.w.z. in de eerste maanden na het plaatsen van mijn knieprothese? > In en uit de wagen stappen

Wat moet ik in acht nemen in de overgangsperiode d.w.z. in de eerste maanden na het plaatsen van mijn knieprothese?

Naast de medische, verpleegkundige en kinesitherapeutische opvolg en de oefentherapie die je moet opvolgen zijn er nog een aantal maatregelen die je moet in acht nemen: zij zijn vooral van belang in de eerste weken tot maanden (afhankelijk van patiënt tot patiënt en van de aard van de operatie) na de ingreep.

Elleboogkrukken

Daar waar je eerst twee elleboogkrukken dient te gebruiken kan volgens de richtlijnen van je kinesitherapeut overgeschakeld worden naar het gebruik van één kruk dit is mogelijk als staan en stappen zonder nog veel te steunen op je elleboogkrukken mogelijk is gedurende een tiental minuten (doorgaans 2 tot 3 weken na de ingreep doch deze periode is zeker verschillend van patiënt tot patiënt). Stap je met één kruk dan dien je deze te behouden aan de niet geopereerde zijde!

Ook al voel je aan dat je zonder hulpmiddel zou kunnen stappen: doe het niet in de eerste 3 tot 6 weken vermits je het genezingsproces rond de prothese hierdoor in het gedrang brengt.

Trappen opgaan en afgaan

Bij het opgaan dien je eerst het niet geopereerde been te plaatsen (up with the good) op de eerste trede; plaats daarna (duwend met dat been en uw handen) het geopereerde been op dezelfde trede; bij aanwezigheid van een trapleuning neem je de twee krukken in één hand en hou je de leuning met de andere hand vast.

Bij het afgaan van de trap plaats je eerst de elleboogkruk(ken) één trede lager; plaats vervolgens het geopereerde been (down with the bad) op die trede en plaats daarna (zoveel mogelijk steunend op de krukken) het goede been op die trede.

Zitten en opstaan

Gebruik bij voorkeur een stoel met armleuningen en een hoog zitvlak. Lage stoelen en zetels met een zachte zitting kunnen ongemakkelijk zijn.

Zit liefst niet langer dan dertig minuten aan één stuk; wandel wat rond en zet je dan terug neer.

Hou je zo diep mogelijk boven de stoel tot de achterzijde van je knieën de rand van het zitvlak van de stoel raakt.

Zet je krukken tegen de muur of in een staander of neem beide krukken in één hand aan de niet-geopereerde zijde.

Steek je geopereerde been lichtjes voor je uit en laat je voorzichtig zakken terwijl je met de handen achterwaarts reikt naar de armleuningen.

Laat je verder zakken — terwijl je steun neemt op de armleuningen — tot je zitvlak op de stoel rust.

Je mag zittend je knie plooien; ook de heup mag geplooid worden.

Als je lang zit leg je best het geopereerde been omhoog teneinde zwelling tegen te gaan (plaats de steun niet onder de knie maar onder de hiel).

Om recht te staan schuif je wat vooruit op de stoel.

Sta recht steunend op het niet geopereerde been en op de beide handen die steunen op de armleuningen.

Houd je elleboogkrukken in de hand aan de niet geopereerde zijde.

Probeer nooit, steunend op je elleboogkrukken of loopkader, recht te komen: dit is onstabiel en de kans op vallen is groot.

Zorg er voor dat je hulpmiddel mooi op de grond staat!

Draaien

Draai je niet op de voet van het geopereerde been.

Verplaats de voet (til hem goed op!) in de richting waarin u kijkt: draai uw been samen met uw romp.

Naar het toilet gaan

Doe nooit de deur van het toilet op slot.

Best gebruik je een WC-stoel met armsteunen.

Een gewoon toilet vergt meestal een toiletophoger.

Een steunbaar aan de muur of een nabije lavabo kunnen nuttig zijn als steunpunt zo je een gewoon toilet gebruikt.

Op het toilet zitten is zoals op een stoel zitten.

Hou je zo diep mogelijk boven het toilet tot de achterzijde van uw knieën de WC-rand raakt.

Neem beide krukken in één hand aan de niet-geopereerde zijde of plaats ze in een steun.

Steek je geopereerde been lichtjes voor je uit en laat je zakken terwijl je met de handen achterwaarts reikt naar de armsteunen.

Laat je verder zakken — terwijl je steun neemt op de armleuningen — tot je zitvlak op de stoel rust.

Heup en knie van de niet-geopereerde zijde waarop je ook steun neemt plooi je naarmate je op het toilet neerzit; laat geleidelijk de geopereerde knie plooien.

Reiniging gebeurt best in rechtstaande houding.

Om recht te staan steun je op de armsteunen (of op een steunbaar aan de muur of een ander steunpunt zoals de rand van een lavabo), hou je geopereerde been recht voor je uit en maak vervolgens gebruik van je krukken of loopkader.

In en uit bed stappen

Vermijdt een te laag bed: de ideale hoogte is deze waarbij je zittend op de rand van het bed met je voetzolen de grond raakt en waarbij je knieën ongeveer 80° tot 100° geplooid zijn (algemene regel: het bed moet ongeveer de hoogte van een stoel hebben; desnoods kan je bed met blokjes verhoogd worden); gebruik het liefst een harde matras.

Voorzie eventuele vloermatjes naast het bed van een antisliplaagje zodat deze niet kunnen wegglijden.

Ga op de bedrand zitten (zoals je op een stoel zou gaan zitten) met het niet geopereerde been zo dicht mogelijk bij het hoofdeinde; schuif je zitvlak achteruit zodat het geopereerde been eerst op het bed komt te liggen.

Leg je neer terwijl je de benen in het bed plaatst.

Ondersteun hierbij het geopereerde been (dat soms moeilijk op te tillen is in de onmiddellijke periode na de ingreep) met je beide handen of met het niet geopereerde been door de voorzijde van de enkel van het niet geopereerde been te plaatsen onder de hiel van het geopereerde been.

Eens in bed probeer je uw lichaam recht en met de benen gespreid in zijn geheel te verplaatsen.

Plaats geen kussen onder de knie tenzij voor zeer korte periodes; de knie dient zolang en zoveel mogelijk gestrekt plat op bed te blijven met de voet recht naar voor (er is een natuurlijke neiging van de voet naar buiten te rollen waarbij men dan onbewust de knie plooit: vermijdt dit door zo nodig een steun tegen de buitenenkel de plaatsen).

Je mag op je zij en op je rug slapen.
Als je op je zij ligt plaats je best een kussen tussen de benen.

Plaats in rug lig een kussen onder het geopereerde been (niet onder de knie maar onder de kuit) zodat je enkel hoger ligt (tegen de zwelling).
Stap uit bed aan de kant van het niet geopereerde been (uw geopereerde been blijft zo langer ondersteund op bed).

Plaats eerst je niet geopereerde been uit bed en steun er mee op de grond;
schuif dan je geopereerde been van het bed terwijl je het recht voor je houdt;
eventueel kan je het geopereerde been ondersteunen met het niet geopereerde been (zoals bij het op bed gaan liggen).

Rechtstaan doe je best door je met beide handen af te duwen van het bed (harde matras!).

Zorg dat je schoeisel dicht bij het bed staat; ook je krukken of loopkader plaats je best dicht tegen het bed.

Het wassen

Respecteer volgende algemene maatregelen:

doe nooit de badkamerdeur op slot: heb je hulp nodig dan kan niemand onmiddellijk binnen;

voorzie de badkamer van antislipmatjes;

zet alles wat je nodig hebt (zeep, shampoo, handboek, washandje) binnen handbereik of in elk geval zo dicht mogelijk;

controleer de temperatuur van het water: zo vermijdt je abnormale schrikreacties met ondoordachte bewegingen die nadelig kunnen zijn voor de prothese.

Hulp vragen van een thuisverpleegkundige of je partner is in het begin zeker nuttig.

Aan de lavabo

Zet je best neer.

Kantel zo nodig de spiegel zodat kammen en scheren zittende mogelijk zijn.

Sta nooit recht op één been en het ander omhoog gegeven in de lavabo!

Begin eerst met voet en onderbeen van het geopereerde been: heb je daarmede problemen zet dan de voet (vooral het wassen van de voeten kan in het begin moeilijk zijn) van het geopereerde been op een voetbankje ofwel kruis de benen door de geopereerde knie op de andere te leggen ofwel gebruik een hulpmiddel (zoals een grijper) waarin je uw washandje of spons vastklemt.

Douchen

Dit is pas mogelijk bij volledige wondheling of als de wond veilig kan afgedekt worden; met de huidige verbandmaterialen is een douche reeds mogelijk na een drietal dagen en zo je een voldoende sta-functie hebt; best gebruik je een douchestoeltje (zeker in het begin).

Stap tot aan de rand van de douche en keer je met je rug naar de douchecel.

Neem uw krukken (of loopkader) in de hand aan de geopereerde zijde

Reik met de hand van de geopereerde zijde achterwaarts naar het douchestoeltje terwijl je steun neemt op één kruk, het loopkader of op een nabij steunpunt (bijvoorbeeld een steunbaar aan de muur, de rand van het nabije bad of een lavabo).

Neem ook steun op het niet geopereerde been.

Zet u neer op het stoeltje.

Laat uw krukken (zo nodig in een daarvoor bestemde krukkenhouder) of uw loopkader buiten de douche doch binnen handbereik.

Plaats eerst je niet geopereerde been in de douchecel.

Plaats vervolgens je geopereerde been (zo nodig ondersteund door het niet geopereerde been) in de douchecel.

Verlaten van de douchecel gebeurt met het geopereerde been eerst terwijl je steunt op de krukken of het loopkader die je net buiten de douchecel had geplaatst.

Een bad nemen

Ook dit is pas mogelijk bij volledige wondheling of als de wond veilig kan afgedekt worden. Het blijft raadzaam om de eerste weken niet in bad te gaan vanwege de moeilijke instap. Op termijn wordt dit uiteraard wel mogelijk.

Het best gebruik je hiervoor een badplankje dat je aan het uiteinde van het bad plaatst; het kan ook mits gebruik van een badstoeltje (taboeret) die in het bad wordt geplaatst: controleer of dit stoeltje vaststaat; een steunbaar aan de muur boven het bad kan eveneens nuttig zijn.

Stap tot aan de rand van het bad met je krukken of loopkader.

Draai je met de rug naar het badstoeltje of badplank (dus met de kuiten tegen het bad).

Laat je voorzichtig zakken tot je met de hand van de niet geopereerde zijde het zitvlak van het badstoeltje of het badplankje voelt.

Ga erop zitten terwijl je het geopereerde been recht voor je uithoudt.

Til de benen over de badkuiprand; bij het heffen van de benen over de rand kan je het geopereerde been ondersteunen met het niet geopereerde been of met beide handen.

Om uit bad te stappen til je eerst de benen over de badkuiprand terwijl je je draait op de taboeret of de badplank.

Vervolgens duw je je af op het zitvlak van de taboeret of de zitplank om recht te staan (eventueel kun je steun nemen aan een baar aan de muur).

Aan- en uitkleden

Zorg dat alles binnen handbereik is.

Een algemene regel is dat je eerst begint met het geopereerde been bij het aankleden en met het niet geopereerde been bij het uitkleden.

Zit op een stoel of op de rand van je bed.

Ondergoed en lange broek

Gebruik een kleedstok.

Grijp met de haak van de kleedstok de tailleband van het kledingstuk (ondergoed, broek, rok).

Laat de haak tot op de grond vallen.

Schuif het kledingstuk over het geopereerde been.

Doe vervolgens hetzelfde met het niet geopereerde been.

Trek het kledingstuk tot over je knieën.

Sta recht met een kruk of steun op het loopkader aan de niet geopereerde zijde.

Trek het kledingstuk omhoog.

Bij het uitkleden begin je met het niet geopereerde been.

Een handig gadget dat je zelf kunt maken zijn twee latjes van 1 cm op 1 cm en ongeveer 50 cm lang waarop je aan het uiteinde een houten wasspeld monteert waarin je je kledij kunt vastknijpen.

Sokken (kousen)

Zit op een stoel of bedrand.

Gebruik een kousenhulp.

Schuif de sok of kous over de kousenhulp en controleer of de sok of kous goed zit; houd de linten vast aan het uiteinde.

Laat de kousenhulp zakken tot voor de voet van het geopereerde been; zet je voet eventueel op een klein bankje.

Schuif je voet in de kous en trek ze aan.

Trek de sok aan het niet geopereerde been aan door je voet op te tillen.

Voor het afdoen van sokken en kousen: gebruik de haak van de kleedstok om de achterzijde van de hiel te grijpen en uw sokken af te duwen.

Schoenen

Gebruik liefst gesloten schoenen; gebruik elastische veters (zo moet je ze niet steeds dichtknopen en open maken).

Vermijdt hakken en schoenen met gladde zolen.

Gebruik een schoen of een schoenlepel met lange steel om schoenen aan en uit te trekken.

Een voorwerp oprapen

Vermijdt hurken waarbij je door de knie gaat.

Steun met de hand van de geopereerde zijde op een tafel of een stoel en breng uw lichaamsgewicht over het niet geopereerde been; buig het lichaam naar voor en hef gelijktijdig het geopereerde been naar achter zodat uw vrije hand het voorwerp kan oprapen.

Gebruik zo nodig een grijper om voorwerpen (ook je krukken) van de grond te rapen.

In de keuken

Zet kleine stapjes.

Draai niet ondoordacht.

Draag een schort met meerdere zakken.

Draag hete vloeistoffen in pannen met een deksel.

Schuif voorwerpen over het werkblad i.p.v. ze op te tillen.

Wil je een voorwerp verzetten plaats het dan dicht tegen het oppervlak op het welke je het voorwerp wil neerzetten zo niet heb je neiging teveel voorover te buigen.

Buk niet ondoordacht naar de oven doch ga door de knie van de niet geopereerde kant en houdt het geopereerde been met gestrekte knie voor je uit of gebruik een stoel (geopereerde been dicht bij de oven) die je voor de oven plaatst.

In en uit de wagen stappen.

Bij instappen op een passagierszetel zet je de autostoel zoveel mogelijk naar achter; plaats eventueel een kussen.

Stel je met je rug naar de autozitplaats.

Stap in aan de kant van de wagen waar het geopereerde been het dichtst bij de achterzijde van de wagen is.

Laat je langzaam op de autozetel zakken; hou je eventueel vast aan de deuropening.

Leun achterover; je mag vrij je heup bewegen.

Draai je op je zitplaats in rijrichting.

Instappen op de bestuurderszetel gebeurt op gelijkaardige wijze; je kan benevens op de zetel bovendien steun nemen op het dashboard; zo je je bestuurderszetel achteruit hebt gezet dien je hem terug in de normale positie te plaatsen; vergeet je gordel niet!

Bij lange autoritten — wat je in het begin trouwens best niet doet — las je best regelmatig stops in.

Wat is de herstelperiode na mijn knieprothese?

Het herstel na de ingreep is afhankelijk van de aard van de operatie, het soort prothese, de leeftijd en de algemene gezondheidstoestand.

De revalidatie eindigt niet wanneer u naar huis terugkeert doch dient thuis, in een herstelverblijf of een revalidatiecentrum verder gezet te worden.

Een voordeel van een minimaal invasieve operatietechniek is ongetwijfeld dat een sneller herstel mogelijk is.

Ook het soort prothese speelt een rol: zo verloopt bijvoorbeeld de revalidatie na een unicompartimentele knieprothese doorgaans vlotter dan na een totale knieprothese.

Het verloop na een eerste ingreep (zogenaamde primaire ingreep d.w.z. er wordt voor de eerste maal een prothese geplaatst) is meestal ook vlotter dan na een revisie-ingreep (waarbij een aanwezige prothese wordt verwijderd waarna een nieuwe dient geplaatst worden).

Het spreekt voor zich dat een goede algemene gezondheidstoestand (en dit gaat vaak samen met de leeftijd) ook een vlotter revalidatie mogelijk maakt: zo zal het herstel na plaatsen van een prothese bij een patiënt met reumatoïde artritis vaak moeizamer zijn gezien deze vorm van reuma doorgaans meerdere gewrichten en zelfs ook andere organen aantast.

Doorgaans is er negen tot twaalf maanden na het plaatsen van een knieprothese een stabilisatie: op dat moment wordt het leiden van een vrij normaal leven terug mogelijk. Stappen is vlot mogelijk zonder manken en met — in vergelijking tot voor de ingreep — een belangrijke vermindering tot volledig verdwijnen van de pijn. Er kan een licht stijfheidgevoel blijven vooral bij doorgedreven plooien of na een eindje zitten. Soms blijft er een lichte click ter hoogte van de knieschijf bij een totale knieprothese. Ook het litteken is stabiel na ongeveer één jaar doch de huid rond het litteken kan wat gevoelig blijven.

Welk resultaat kan ik verwachten van mijn knieprothese?

Op heden is de ervaring met een dergelijke ingreep groot en in het algemeen is het resultaat goed. Het resultaat hangt af van verschillende factoren: toestand van het kniegewricht en omgevende weefsels op het moment van de het plaatsen van de knieprothese, gewicht, activiteitenniveau, algemene medische toestand, oefentherapie en opvolgen van de richtlijnen bij aanwezigheid van een kunstgewricht zijn hierbij belangrijk.

Het belangrijkste effect is er op de pijn. In de periode onmiddellijk na de ingreep kan er uiteraard nog pijn zijn ten gevolge van de ingreep zelf en de kinesitherapie die intensief dient te zijn: zo zal je na plaatsen van je knieprothese meestal reeds de dag na de ingreep aangezet worden om het gewricht te bewegen en zelfs te steunen mits gebruik van een hulpmiddel en onder begeleiding van een kinesitherapeut; het doen van trappen wordt je zo snel als mogelijk (doorgaans vanaf de derde dag na de ingreep) aangeleerd; dit alles veroorzaakt uiteraard wat pijn doch de meeste patiënten hebben na verloop van een zekere tijd geen pijn meer.

De spierkracht zal in de meeste gevallen in belangrijke mate terugkeren doch dit wordt niet alleen bepaald door de mate waarin geoefend wordt na de ingreep maar ook door de toestand van de spieren vóór de ingreep; vaak bestaat inderdaad reeds vóór de ingreep een belangrijk spierverlies (spieratrofie) omdat het gewricht niet meer normaal gebruikt werd wegens de aanwezige pijn. In de periode onmiddellijk na de ingreep kan er ook nog wat spierzwakte zijn ten gevolge van de ingreep zelf: manken kan tijdelijk optreden. De spieren dienen dus door intensieve oefentherapie heropgevoed te worden teneinde hun functie (gewicht dragen en voortbewegen) zo goed als mogelijk terug te kunnen uitoefenen.

Door het plaatsen van een knieprothese blijft in veel gevallen de beweeglijkheid bewaard; soms is er een lichte vermindering van de beweeglijkheid doch met de overgebleven bewegingsmogelijkheid is er mede door de afwezigheid van pijn toch een beter functie dan vóór het plaatsen van de knieprothese. Om een idee te hebben: stappen op de begane grond vergt een plooimogelijkheid van 70 ° (de gestrekt knie wordt als 0° gezien), een trap opstappen vergt 90°, een trap afstappen en fietsen vergt 100° en vlot opstaan uit een stoel vereist doorgaans 110°.

De video speelt niet af? Download Beweeglijkheid na een totale knieprothese [MP4].

Hernemen van dagelijkse (huishoudelijke) activiteiten met een knieprothese

Hervatten van dagdagelijkse activiteiten als opstaan uit een stoel, zetel of bed, wassen, aan- en uitkleden, toiletbezoek, trappen doen, tuinieren, winkelen, huishouden zoals koken en het normale onderhoud van de woning alsmede opknappen van karweien wordt min of meer vlug terug mogelijk.

In het dagelijks leven moet men geen enkele beweging mijden; niettemin mag men nooit forceren of een beweging verrichten waarbij pijn ontstaat in de geopereerde knie (draaibewegingen, plotse zijwaartse bewegingen, brutaal versnellen en afremmen).

Kniezit kan geen schade veroorzaken doch kan in het begin wat pijnlijk zijn en zelfs steeds wat onaangenaam blijven; langdurig op de knie zitten is niet aangeraden. Ga zitten op de niet geopereerde knie en zet het geopereerde been voor je uit.

Doe zoveel mogelijk dingen zittend (kies bij voorkeur een in hoogte verstelbaar en stabiel zitmeubel).

Zet zoveel mogelijk te gebruiken toestellen en materialen samen: zo voorkom je onnodig heen en weer geloop.

Wees voorzichtig met het gebruik van een ladder (het is altijd nuttig als er iemand in de omgeving aanwezig is): stel de ladder stabiel op, houdt je stevig vast met je handen, bij het opstijgen plaats je eerst de voet van je niet geopereerde been op de ladder en trek je geopereerde been omhoog terwijl je steunt op de voet van het niet geopereerde been; ondersteunen kan verder door op uw armen te trekken. Verder stijg je sport per sport. Bij het afdalen doe je precies het omgekeerde: houdt goed de ladder vast met je handen.

In de eerste periode heb je eventueel hulp van derden nodig (uw partner, familie, vrienden, een thuisverpleegkundige, gezinszorg, poetshulp, warme maaltijden, klusjesdienst) en eventueel dienen ook enkele (meestal) tijdelijke aanpassingen in uw huis (steunbaren aan de muren langs trappen, in toilet en badkamer, een WC-ophoger of toiletstoel, een stoeltje voor bad of douche, tijdelijk verwijderen van tapijten en elektriciteitskabels, installatie van nachtlampjes) te gebeuren: dit wordt best vooraf besproken.

Later zult u doorgaans zelf terug alles kunnen doen zonder enige hulp.

Een goede raad: luister naar de taal van uw lichaam! Wordt je moe of heb je wat pijn rust dan wat, spreidt de activiteiten over de dag, las rustpauzes in, doe wat je zittend kunt zittend, draag geen te ware lasten zoals een boodschappentas (gebruik eventueel — zo nodig tijdelijk — een boodschappenkarretje).

Let op met huisdieren: buk je niet ondoordacht voorover om ze te strelen of let op als ze tegen je aanspringen.

Werkhervatting na een knieprothese

Zo je nog beroepsactief bent zal het hervatten van het werk doorgaans mogelijk zijn.

Dit is uiteraard afhankelijk van het soort prothese dat geplaatst werd en van het soort werk dat je verricht.

Een minimumperiode van 4 weken arbeidsongeschiktheid is meestal aangewezen.

Zo je zittend werk verricht kan je sneller het werk hervatten dan wanneer je handenarbeid verricht; besef evenwel dat er ook nog transfermogelijkheid naar je werk moet zijn en dat er nog tijd moeten overblijven voor je revalidatie.

Wanneer je zwaar werk verricht is hernemen hiervan na uw gewrichtsvervangende ingreep soms niet meer mogelijk of niet meer verantwoord. Best kan je hierover vóór de ingreep overleg plegen tijdens de raadpleging. Contact met de arbeidsgeneesheer kan ook nuttig zijn en dit ook best vóór de ingreep zodat eventueel (tijdelijke) aanpassingen mogelijk zijn.

Hernemen van sportactiviteiten met een nieuwe knie

In het begin was knieprothesechirurgie evenals heupprothesechirurgie voorbehouden aan eerder oudere mensen waarbij het verdwijnen van de pijn en het verbeteren van de beweeglijkheid het belangrijkste doel waren; meteen was hun mogelijkheid om activiteiten te hernemen hierdoor ook groter. Die activiteiten betroffen — naast enkele bezigheden die men als sport of als hobby kan omschrijven zoals fietsen en wandelen — vooral dagdagelijkse bezigheden zoals autorijden, onderhoud van de woning en van de tuin.

Met de enorme ontwikkeling van de techniek op het gebied van prothesechirurgie wordt deze ingreep nu ook meer en meer toegepast bij jongere mensen waarbij de beslissing tot een dergelijke ingreep vaak vooral ingegeven wordt door de wens meer activiteiten te kunnen hebben. Gezien de leeftijd betreft het heel vaak nog beroepsactieve personen die wensen hun werk terug normaal te kunnen hervatten en die vaak ook een min of meer intensieve sportbeoefening nastreven.

Eens de pijn verdwenen is en de beweeglijkheid en spierkracht teruggekeerd zijn gaan sommigen hun prothese onoordeelkundig belasten (implant abuse): doorgaans door onaangepast sporten doch ook door bepaalde arbeidstaken. Voor wat betreft sport is dit voor een deel te wijten aan het feit dat de richtlijnen over sporthervatting in de literatuur vaak niet eenduidig zijn en zelfs kunnen verschillen van chirurg tot chirurg. Bovendien speelt publiciteit hier ook vaak een rol.

Het zal voor ieder wel duidelijk zijn dat naast de dagelijkse activiteiten die een zekere slijtage van een prothese veroorzaken, activiteiten met hoge en/of herhaaldelijke impact — bij bepaalde jobs en bepaalde sporten — op een kunstgewricht kunnen leiden tot een sneller en meer uitgesproken kans op slijtage en/of loslating van de prothese; deze activiteiten houden soms ook meer risico in op contact en vallen (kans op ontwrichting, breuk van bot en/of prothese, loslating van de prothese).

Zoals voor de heupprothese heeft ook voor de knieprothese de ontwikkeling van nieuwere materialen, van minder ingrijpende toegangswegen, van unicompartimele prothesen en van prothesen die het behoud van meer normale anatomische structuren toelaten voor een toename van de belastbaarheid na deze gewrichtsvervangende ingreep gezorgd.

Het kan verwonderlijk klinken doch niets is moeilijker dan richtlijnen geven over welke activiteiten nu wel en welke niet kunnen of mogen hernomen worden na een gewrichtsvervangende ingreep. Er zijn aanwijzingen dat belasting van een prothese gunstig is voor het leven van de prothese doch er zijn evenveel aanwijzingen dat overmatig gebruik problemen kan geven m.a.w. hoeveel belasting is aanvaardbaar? Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden.

Welke sporten zijn toegelaten bij aanwezigheid van een prothese?

Belangrijk zijn het impact (grootte van de belasting en de frequentie van deze belasting), het risicopeil (kans op contact en vallen met breuk van bot of prothese en loslating) van de sportactiviteit en uiteraard het gewricht (in dit geval de knie) dat werd vervangen.

Het gewricht dat vervangen werd speelt ongetwijfeld een rol: zo kan schermen nog mogelijk zijn bij een knie- en of heupprothese doch deze sport is tegen aangewezen bij iemand met een schouderprothese; omgekeerd kan voetbal nog mogelijk zijn bij iemand met een schouderprothese doch deze sport is zeker tegen aangewezen bij de aanwezigheid van een knie- of heupprothese.

Wat betreft het risicopeil kan gesteld dat contactsporten (zoals bijvoorbeeld voetbal) verboden zijn; sporten met herhaald vallen of kans op vallen (zoals judo) zijn eveneens tegen aangewezen.

Volgens het impact op gewrichten kunnen sporten in vier groepen ingedeeld
worden:

  1. lage impact sporten zijn: hometrainer, gymnastiek, golf, stationary skiing, zwemmen, wandelen, stijldansen en water aerobics
  2. sporten waarbij het impact eveneens doorgaans niet hoog is doch waarbij potentieel toch pieken van hoger impact kunnen optreden (potentieel laag impact) zijn: bowling, schermen, roeien, zeilen, snelwandelen, langlaufen, tafeltennis, jazz dancing, ballet, fietsen
  3. tot de sporten met middelmatig impact behoren: wandelen, paardrijden, ijsschaatsen, rotsklimmen, aerobics, tennis, badminton, in-line skaten (en skeeleren) en alpine skiën
  4. sporten met een hoog impact op de gewrichten zijn: baseball (honkbal) en softball, basketbal en volleybal, voetbal, handbal, joggen en lopen, lacrosse, rugby, waterski en karate

Het zal duidelijk zijn dat ook bij lage impact sporten de graad van belasting belangrijk is: langdurige schokbelasting is niet aangewezen. Terugkeer naar competitieve sport is redelijkerwijze uitgesloten; hernemen van recreatieve sportbeoefening is haalbaar.

Hernemen van een sport waarvan men de techniek grondig beheerste vóór de ingreep is gemakkelijker terwijl aanleren van een nieuwe sport niet is aangewezen: zo zal een ervaren skiër dit wellicht nog kunnen hernemen (zij het op een lager niveau en rekening houdende met de risico’s) na het plaatsen van zijn knieprothese doch beginnen met skiën na een dergelijke operatie is beslist niet aangewezen.

Sportbeoefening is meestal — progressief — mogelijk vanaf een drie- tot zestal maanden na de ingreep doch dit tijdstip wordt grotendeels bepaald door uw revalidatie.

Hieronder vind je een tabel van sporten die je bij een knie- en/of heupprothese kunt beoefenen, die je mits de nodige voorzorg kunt beoefenen of die je best niet doet.

Uit deze tabel blijkt dat activiteiten, die met min of meer uitgesproken bewegingen van de knie en/of heup gepaard kunnen gaan en die een langdurige en hoge schokbelasting veroorzaken, dienen vermeden te worden.

Het dragen van een steunverband kan voor de knie een zekere bescherming van de prothese geven. Het gebruik van schokabsorberende schoenen is nuttig.

Gebruik ook steeds het gezond verstand.

Zo is wandelen een gezonde bezigheid die perfect haalbaar is voor elke patiënt met een heup- en/of knieprothese; het zal evenwel iedereen duidelijk zijn dat langdurig wandelen op zeer oneffen terrein of een lange bergwandeling niet echt aangewezen zijn.

Ook de weersomstandigheden zijn belangrijk: wandelen tijdens de winter als het sneeuwt of vriest of tennissen op een nat oppervlak zijn bijzonder gevaarlijk

Opwarming vóór het sporten blijft nodig.

Hervat geleidelijk en meet je niet aan anderen!

Sport Toegelaten Mogelijk1 Niet toegelaten
Aerobics X
Alpine skiën X
Backpacken X
Badminton X
Ballet X
Baseball (honkbal) X
Basketbal X
Bergwandelen X
Bowling X
Fietsen X
Golf2 X
Gymnastiek X
Handbal X
Hometrainer X
Ijshockey X
In-line skaten/skeeleren X
Jazz dancing X
Joggen X
Judo X
Karate X
Lacrosse X
Langlaufen X
Lopen X
Paardrijden X
Roeien X
Rotsklimmen X
Rugby X
Schaatsen X
Schermen X
Scubaduiken X
Snelwandelen X
Squash X
Stationair skiën X
Tafeltennis X
Tennis dubbel X
Tennisspel enkel X
Voetbal X
Volleybal X
Wandelen (recreatief) X
Water Aerobics X
Waterski X
Zeilen X
Zwemmen X

1 Voor deze sporten wordt een wisselend advies gegeven d.w.z. volgens sommigen is beoefening toegelaten, volgens sommigen volstrekt tegen aangewezen; het beoefenen moet in elk geval met de nodige voorzichtigheid gebeuren.

2 De meeste literatuur over sportbeoefening na prothesechirurgie gaat over de golfsport; alhoewel er wat hinder kan bestaan bij een knieprothese en minder bij een heupprothese is het een veilige sport; bij een knieprothese kan er wat meer hinder zijn bij de rechtshandige speler met een linker knieprothese en omgekeerd.

Zwemmen is toegelaten vanaf 6 weken; best ga je zwemmen in een licht verwarmd bad (24° tot 28° C); zwem in het begin liefst niet alleen.

Fietsen kan eveneens na 6 weken als je voldoende controle hebt over het geopereerde been, als je voldoende kunnen plooien (90° is een minimum) en mits gebruik van een fiets met een lage instap (type damesfiets); begin met korte afstanden en mijdt in het begin druk (stads)verkeer.

Bij wandelen gebruik je in het begin best een wandelstok aan de niet geopereerde zijde; draag geen zware lasten; draag goed schoeisel.

Tennis en badminton vergen veel van de knieën en zullen niet voor iedereen mogelijk zijn (afhankelijk van verschillende factoren zoals soort prothese, algemene conditie en oefenpeil).

Hetzelfde geldt voor joggen; draag goed schoeisel, gebruik een goede looptechniek en vooral: overdrijf niet.

Wat met mijn seksuele activiteit?

Dit is een vraag die zich vooral stelt na het plaatsen van een heupprothese.

Voor een knieprothese is er doorgaans weinig of geen probleem: aanvankelijk kunnen er wel enkele ongemakken zijn (bewegingsbeperking, wondpijn) en is er mogelijks enige onzekerheid voor u en je partner doch doorgaans verdwijnen deze snel.

Best wordt dit individueel besproken tijdens de raadpleging.

Zijn er bijzondere voorzorgsmaatregelen nodig met mijn knieprothese?

Reizen kan uiteraard: in de huidige tijd gaat dit vaak met talrijke controles gepaard zeker bij vliegtuigreizen. Metaaldetectoren kunnen reageren op de aanwezigheid van een prothese. Dit kan dus het geval zijn op de luchthaven; best heb je bij reizen steeds een radiografie van uw prothese bij in uw handbagage. Je krijgt na de operatie ook een prothesepas (dit vermeldt dat je een prothese hebt met vermelding van het type).

Vermits een besmetting vanuit een andere plaats in je lichaam (bijvoorbeeld: long, nier, huid, mond) zich naar een gewrichtsprothese kan uitspreiden dien je als je een heupprothese hebt preventief (d.w.z. om een besmetting te voorkomen) antibiotica te nemen. Hetzelfde geldt als je een ingreep dient te ondergaan: verwittig uw behandelend geneesheer van de aanwezigheid van een prothese; dit geldt ook voor ingrepen op je tanden: verwittig dus je tandarts.

Wat is de overlevingstermijn van mijn knieprothese?

Er bestaat geen standaardlevensduur van een prothese. Hoe lang een prothese zal meegaan hangt af van geval tot geval: factoren als leeftijd, toestand van het gewricht en omgevende weefsels op het moment van het plaatsen van de prothese, activiteitenniveau, medische toestand en opvolgen van een aantal gedragregels bij aanwezigheid van uw knieprothese (men spreekt soms van gewrichtseconomie) zijn hierbij belangrijk.

Zo spelen in geval van een knieprothese gewichtscontrole en de manier waarop de prothese belast wordt een belangrijke rol: bewegen met mate (wandelen, fietsen, zwemmen) zijn zonder probleem mogelijk doch overmatig veel bewegen of uitvoeren van plotse bewegingen (snel starten, snel stoppen, pivoteren) of extreme bewegingen (hardlopen, springen) zijn niet aangewezen.

Besef steeds dat het gaat om een mechanisch systeem dat hoe dan ook (zoals een normaal gewricht) onderhevig is aan slijtage. Zelfs als je alle richtlijnen goed volgt heb je geen levenslange waarborg voor je prothese. De meest voorkomende oorzaken van falen zijn loslating van de prothese en slijtage van bepaalde componenten.

De huidige generatie knieprothesen bestaat uit hoogwaardige materialen en geeft een goed resultaat. De levensduur is evenwel nog steeds beperkt: volgens bepaalde studies stijgt bij de oudere prothesemodellen de noodzaak om opnieuw in te grijpen snel rond de 15 jaren na het plaatsen van de prothese. Zeer vermoedelijk zal dit langer zijn met de huidige generatie prothesen: volgens studies bedraagt deze periode nu een twintigtal jaar bij patiënten tussen de 60 tot 65 jaar met een normaal activiteitsprofiel voor die leeftijd.

Het plaatsen van een nieuwe prothese (revisie) stelt heden ten dage meestal geen grote problemen meer.